story of Chevrolet

In 1910 verloor William Durant de controle over het door hem opgerichte autoconcern General Motors. Met behulp van de ontwerpen van Louis Chevrolet wilde hij zijn reputatie opnieuw vestigen.

13 September 1915 : William Durant richt de Chevrolet Motor Corporation holding op. In 1916 was deze holding zo winstgevend geworden dat Durant, als meerderheidsaandeelhouder, 54,5% van GM's aandelen in handen kreeg. Op die manier werd hij daar opnieuw directeur en werd Chevrolet bij GM ingelijfd als een aparte divisie.

In 1918 introduceerde Chevrolet, onder de vleugels van G.M., zijn eerste vrachtwagen. Anno 1923 opende G.M. haar eerste assemblagefabriek in Kopenhagen en produceerde daar Chevrolets voor de Noordoost-Europese markt. Op 7 januari 1924 rolde de eerste Deense Chevrolet, een lichte vrachtwagen, van de band. In 1927 verkocht Chevrolet meer dan 1 miljoen auto's, meer dan Ford. In 1930 werd de 7 miljoenste auto geproduceerd en in 1941 werden 1,6 miljoen auto's en vrachtwagens gebouwd. Vanaf 1942 werden de fabrieken ingeschakeld in de oorlogsproductie.

In 1950 introduceerde Chevrolet de eerste volautomatische versnellingsbak in de goedkopere wagens. In 1953 bouwde men de Corvette, de eerste Amerikaanse sportauto met polyester koetswerk en een linnen dak. De Chevrolet El Camino werd in 1958 Gelanceerd. Deze combineert het comfort van een grote sedan met het gemak van een pick-up. In 1962 de Chevy II of Nova, een lijn van kleinere auto's.

Het ontwerp van de compacte Chevrolet Chevette die in 1975 werd gelanceerd,kwam oorspronkelijk van Opel. Het jaar daarop werden de modellen van al G.M.'s merken verkleind als gevolg van de oliecrisis en het toenemende succes van kleine buitenlandse, vooral Japanse wagens. Anno 1979 worden compacte voorwielaangedreven auto's gelanceerd bij verschillende G.M.-merken, waaronder Chevrolet Citation. In 1983 gaat G.M. een joint-venture aan met Toyota.

In 2004 bracht G.M. met de Chevrolet Silverado haar eerste hybride pick-up op de markt. Deze is 12% zuiniger dan vergelijkbare niet-hybrides. In Europa wordt sinds 2004 Daewoo-modellen als Chevrolet verkocht.

story of Citroën

In 1919 introduceert André Citroën, een ingenieur, de eerste aan de lopende band geproduceerde auto in Europa. Deze 4 persoons, 10 pk-wagen kostte toen 7.500 Francs. Hierbij kwam in 1922 de onsterfelijke 5 CV, beter bekend als het klaverblad. Citroën trachtte hierbij 2 dingen met elkaar te verzoenen, nl. massaproductie in de auto-industrie met revolutionaire niet Europese technieken (lopende band) en het produceren van een kleine wagen die betrouwbaar, sterk en bijna onverwoestbaar diende te zijn. Daarenboven had Citroën vanaf 1919 succes met het bouwen van achteraangedreven personen- en bestelwagens. Ook zijn bijzondere manier van reclame maken, legde hem geen windeieren.

Citroën organiseert wereldreizen per auto, zoals de “Croisiere Noir” door Afrika en de “Croisiere Jaune” door China. Hij regelt bewegwijzering in Frankrijk, stelt buslijnen in met Citroënbussen, verzorgt autoverzekeringen en een dicht distributienetwerk. Zijn laatste geniale daad in 1934 was de introductie van de Traction Avant, de eerste in serie geproduceerde voorwielaangedreven auto ter wereld. De voordelen van deze wagen zijn/waren : er ging weinig passagiers-ruimte verloren, een zelfdragend koetswerk en een in serie geproduceerde auto met kopklepmotor.

In 1934 werd Citroën overgenomen door Michelin. Hij overlijdt straatarm, op 3 juli 1935. Rond die tijd wordt ook de Citroën 2CV ontwikkeld. Aan dit model ontbrak elke luxe, het werd een wereldsucces. In 14 jaar werden er meer dan 14 miljoen verkocht. Het prototype werd al in 1936 ontwikkeld vanuit de opdracht een auto te ontwerpen waarmee een boer een mand eieren naar de markt kon brengen zonder dat er een brak. Bijzonderheden waren het linnen dak en de uitneembare banken voor een picknick in de berm van de weg. In 1954 produceert het merk het hydropnematisch veersysteem op de Traction Avant. In 1955 de DS en ID, een ommezwaai qua disign en techniek.

Voor de enorme verliezen die Citroën lijdt gedurende de jaren 70 zijn veel verklaringen : de overname van het verlieslatende Italiaanse Maserati, jarenlang geen nieuw model uitgebracht, de ontwikkeling van de Citroën GS die enorm veel geld heeft gekost, de energiecrisis enz. In 1974 is Citroën failliet en de Franse regering stelt een fusie met Peugeot voor.

De PSA-groep was een enorm succes. Men kocht de activa van Chrysler Europa en doopte dit merk om tot Talbot. In 1982 presenteert men de BX weer een echte Citroën met kenmerkende nieuwigheden.

Het echte grote nieuws komt in 1989 wanneer Citroën het doek aftrekt van de XM die wordt gekenmerkt door strakke lijnen, een verbeterd hydropneumatisch veersysteem en nieuwe motoren.

De BX wordt begin jaren 90 opgevolgd door de ZX en de Xiantia. In samenwerking met Fiat wordt in 1994 de Evasion gepresenteerd. De Saxo, gebaseerd op de Peugeot 106, volgt in 1996 de AX op. De Berlingo wordt samen met de Peugeot Partner als bestelauto gepresenteerd en wordt ook als handige Multispace geleverd. Ook wordt in 1997 de Xsara als opvolger van de ZX gepresenteerd.

Eind jaren '90 loopt de verkoop van Citroën enorm terug en wordt besloten een aantal conceptauto's te presenteren en daarop nieuwe auto's op de markt te introduceren. De Citroën C3 en de C 6 Lignace laten zien waar de PSA Citroën heen wil sturen.

Het huidige modellenpark van Citroën bestaat uit auto's die met hun tijd zijn meegegaan maar door hun doordachte samenstelling nog steeds opvallen. De naamgeving van de huidige range verwijst naar de modellen uit het begin van het merk: C1, C2, C3, C4, C5, C6, C8 en ook de C-Crosser SUV in samenwerking met Mitsubishi.

story of corvette

under construction