story of Austin

Herbert Austin, the founder of this car brand, worked in the factory of Wolseley. There he developed his first vehicle.

In 1905, he set up its own car brand. In 1906, he made 100 vehicles, in 1910 were it it already 1000. In 1922, he made the legendary Austin Seven that responsibly was mean or more for the success of BMW and Datsun. Herbert Austin got the title Sir and came to sit in the parliament between 1919 and 1924. He passed away in 1941.

After the 2de world War was Austin produced an of the first that again vehicles. Known and popular models where among many the A40 and A60. In 1952 fusioneerde it with Morris BMC to form. During the Cubacrisis, Sir Alec Issigonis a new vehicle, the Mini designed. These became sold by Austin as the Austin Seven. Also by the larger vehicles for instance the 1100, 1800, the Maxi, Allegro and Metreo were gained uses experiences with the Mini. BMC, that meanwhile BL was become, its sale wanted to shrink and one reformed BL till the Austin-Robber group. In 1987, the last Austin became sold.

story of Autobianchi

Autobianchi was fouded in 1955 to secure the production in the factory in Desio. The founding capital, a third part came from Fiat, another third from Bianchi and the last third part by ties manufacturer Pirelli.

The Autobianchi Bianchina was the first product of that manufacturer and had been based on the techniques of the Fiat 500. By this small car the half liter engine has been placed in the back. The car was furnished in different models : the Panoramica (skylight), the Cabriolet and even a light truck.

The first real Autobianchi, the Primula, was presented in 1964. It was a forewheel driven car with a four cylinder motor and it had, for that time, progressive disk brakes around.

In 1969, the A112 was put on the market to see or the successor of the Fiat 500, the 127, would become a success. This has been a good move, for as well the 127 as the A112 became large sale successes. They sold more than one and a half million specimens of the A112. With this little car, special cupraces were held. The A112 was also presented in a special Abarth version.

story of Bedford

In 1857 richt de Schotse ingenieur Alexander Wilson de firma Alexander Wilson & co. Engineers te London op. De producten bestaan uit stoommachines voor schepen. Een van de belangrijkste opdrachtgevers is de Engelse marine. Als logo wordt de griffioen van Fulk le Briant genomen, een Engelse huursoldaat uit de 13e eeuw. Deze van oorsprong Franse huursoldaat had zich  nogal verdienstelijk gemaakt voor de Engelse koning en als dank werd hij benoemd tot sheriff van Oxford en Hertford en wordt hem het landgoed Luton toevertrouwd. In 1897 verlaat Wilson het bedrijf en verandert de naam in "Vauxhall Iron Works Company Ltd". Men begint te experimenteren met benzinemotoren en in 1903 verschijnt de eerste auto onder de naam Vauxhall met slechts 1 cilinder en 5 pk voor een prijs van 130 guineas.

Er zijn in totaal 40 van dit model gemaakt, waarvan er 2 bewaard zijn gebleven Een van deze eerste Vauxhalls is nog steeds te bewonderen in theVauxhall Heritage Centre. Om te kunnen groeien moet het bedrijf uit London weg en verhuist in 1905 naar het landgoed Luton in Bedfordshire.

De productie van auto's groeit gestaag en in 1925 wordt Vauxhall overgenomen door het Amerikaanse General Motors (GM). GM heeft al sinds 1923 voet aan Engelse grond met de import van Chevrolet trucks, maar vanwege de hoge invoeraccijnzen wordt besloten de productie in Engeland te laten plaatsvinden.

Vanaf 1925 worden in Hendon door GM de volgende merken geassembleerd: Buick, Cadillac, Chevrolet, La Salle, Marquette, Oakland, Oldsmobile en Pontiac alsmede Chevrolet en GMC trucks. In de jaren 30 was Engeland in de greep van een wereldwijde recessie met meer dan 2 miljoen werkelozen en het publiek krijgt een antipathie tegen geïmporteerde vrachtwagens. Besloten wordt om de overcapaciteit van de Vauxhall-fabrieken te gebruiken om een Engelse truck te fabriceren en er wordt een komplete nieuwe produktielijn opgezet. In 1930 en 1931 rollen de laatste Chevrolet en GMC-trucks van de band in Engeland.

De W-serie bestaat uit een truck van 2 ton en een minibus voor 14 of 20 personen. De bestelwagentjes hadden een laadvermogen van maar liefst 400 of 600kg! In die tijd was elke vrachtwagen geschikt voor elk soort vervoer en het gebeurde dan ook geregeld dat het chassis het begaf of de vering ivm overbelasting. Dit was niet alleen een Bedford euvel, maar heeft er wel toe geleid dat er in 1934 een 3-tonner aan het programma wordt toegevoegd. De bussen werden gebouwd op een vrachtwagenchassis en het moge duidelijk zijn dat er van comfort totaal geen sprake is. In 1935 komt dan ook het eerste speciaal hiervoor ontwikkelde chassis beschikbaar. In 1937 bereikt Bedford een verkoop van 30.000 stuks!

Gedurende de tweede wereldoorlog wordt ook de productie van personenwagens bij Vauxhall gestopt om oorlogsmateriaal te fabriceren; het Engelse leger was immers veel materieel kwijtgeraakt bij Duinkerken. Zo krijgt Vauxhall de opdracht om de beruchte Churchilltank te ontwikkelen en te fabriceren. Vanaf de eerste lijn op papier tot de eerste rollende tank duurt nog geen 3 maanden! Bedford produceert in die tijd veel vrachtwagens voor het leger. Reeds aan het begin van de oorlog krijgt Bedford opdracht tot levering van: 11.000 bestelwagens van 750kg, 5000 st. 1,5-tonners en  11.000 3-tonners! Bekend hiervan is de QL. Na de oorlog worden veel van deze vrachtwagens, welke waren achtergelaten  door de Engelse troepen, omgebouwd tot noodbussen voor het openbaar vervoer.

In Engeland wordt de productie weer hervat van de K, M en O-typen, welke in 1939 al was begonnen. Tot in 1951, dan komt er een nieuwe serie op de markt: de S-typen en later komt hier nog de 4x4 versie bij: de R-serie. Deze serie is jarenlang bij het Engelse leger in gebruik geweest en wordt later opgevolgd door de MK en MJ-serie.

Een nieuwe mijlpaal wordt in 1955 bereikt bij de opening van de Dunstable truck-plant. Hier worden alle grotere vrachtwagens gebouwd. In Luton worden nog enkele kleinere VAN's gebouwd, totdat de productie hiervan overgaat naar een nieuw onderkomen in Halewood. In 1953 komt er een nieuwe serie op de markt: Het A-model, dat later wordt opgevolgd door de D- en J-types. Tot in de jaren ‘70 worden deze series gebouwd, veelal ook voor de export. De CA-serie wordt opgevolgd door de CF. In 1987 wordt de CF opgevolgd door de Bedford Midi, waarvan de naam wordt veranderd in Isuzu. Hiervoor wordt een aparte firma opgericht, welke tot op heden nog steeds actief is: IBC-Vehicles, alleen wordt daar nu de Renault Vivaro en Movano gebouwd, die zijn gebaseerd is op een Vauxhall-ontwerp.

Weer komt er een recessie en er komt veel import uit de oosterse landen en GM maakt de sluiting bekend van de fabrieken. De fabriek in Dunstable wordt verkocht aan AWD, die nog enkele jaren de MJ-en TL-series bouwt, voornamelijk voor de export. Marshall in Cambridge bouwt nog enkele jaren de TL-serie totdat ze met hun eigen SPV op de markt komen. Het Britse Ministerie van Defensie geeft geen opdrachten meer aan AWD voor nieuwe leveringen. Leyland is nu de leverancier geworden voor het leger en in 1986 ziet AWD zich genoodzaakt de poorten te sluiten en valt het doek voor Bedford definitief na 55 jaar.